EU-landen hebben vaak met encryptie te maken bij criminele onderzoeken

EU-landen hebben vaak met encryptie te maken bij criminele onderzoeken

Twintig lidstaten van de Europese Unie lopen ‘vaak’ tot ‘bijna altijd’ tegen encryptie aan bij criminele onderzoeken. Sommige landen willen dat er in Europees verband wetgeving komt die de omgang met encryptie regelt.

De Raad van de Europese Unie heeft de problemen met encryptie voor opsporingsdiensten in kaart gebracht door vragen uit te zetten bij lidstaten en Europol. Vijfentwintig landen reageerden hierop, blijkt uit de samenvatting die door het ministerie van Veiligheid en Justitie is vrijgegeven. Vijf landen liep zelden tegen encryptie aan bij criminele onderzoeken, bij de rest was dit ‘vaak’ tot ‘bijna altijd’. Het gaat daarbij om zowel online gebruik van encryptie, zoals bij WhatsApp, als offline, zoals gebruikt wordt om harde schijven te versleutelen.

De grootste uitdaging voor landen is een gebrek aan technische capaciteiten om informatie te ontsleutelen. Daarnaast noemen ze te weinig financiële middelen en een gebrek aan mankracht als struikelblokken in de omgang met encryptie. De behoefte aan praktische maatregelen is groter dan aan nieuwe wetgeving op dit vlak. Toch zijn minstens vijf landen voorstander van nieuwe Europese regels hiervoor. Dit blijkt uit informatie die op verzoek van Bits of Freedom is vrijgegeven. De landen zijn Kroatië, Italië, Litouwen, Polen en Hongarije. Zestien overige landen hebben nog niet gereageerd.

Nederland zelf heeft eveneens een antwoord verstrekt op de vragen in de enquête. Daaruit is op te maken dat het kabinet ook behoefte heeft aan Europese maatregelen. Deze strekken van de ontwikkeling van tools voor politie en Justitie tot het uitwisselen van informatie tussen de verschillende opsporingsdiensten. Bovendien wil Nederland heldere regels over het onderscheppen van informatie op apparaten voordat deze wordt versleuteld, inclusief regels over het hacken van apparaten.

In de enquête geeft het kabinet verder aan dat de eigen opsporingsdiensten vaak tegen onkraakbare encryptie aanlopen. Het noemt voorbeelden als vpn, ssh, pgp en tor naast diensten als Telegram, Signal en WhatsApp. Daarbij geeft het aan dat het problematisch is dat de dienstverleners van end-to-end-encryptie zelf niet over de decryptiesleutels beschikken en zich in het buitenland bevinden.

De Nederlandse overheid heeft zich uitgesproken tegen het verzwakken van encryptie. Niet ieder Europees land lijkt dit standpunt te huldigen maar het lijkt onwaarschijnlijk dat de Raad op korte termijn voorstelt om regelgeving te introduceren waarmee versleuteling wordt verzwakt, schrijft Bits of Freedom.